• A. Hanselman

Gewoontedier

De meeste mensen zijn gewoontedieren. Je doet allerlei dingen zonder erbij na te denken. Elke dag weer. Het zijn ingesleten gedragspatronen, routines. Hoewel ik echt hou van afwisseling in mijn leven, betrap ik mezelf ook regelmatig op vaste gewoontes. Het zijn van die kleine dagelijkse dingen. In de trein naar het werk zit ik het liefst op min of meer dezelfde plaats (links, bij het raam, vooruitrijdend), ik slaap altijd aan de linkerkant van ons bed en op het werk ga ik graag naar dezelfde wc (de rechter, geen idee waarom, want ze lijken erg op elkaar). Excuus als dit te gedetailleerde informatie is.

Je moet ook wel van vaste gewoontes uit kunnen gaan, ook van de vaste gewoontes van je medemensen, anders is het lastig leven. Zo is het in een drukke winkelstraat of op het station richting roltrap heel irritant als iemand onverwacht stil blijft staan, of zelfs een paar passen achteruit doet. Terwijl jij er op de automatische piloot achteraanloopt. Boem. Dat verwacht je niet. Bovendien kosten gewoontes jou en je brein weinig moeite en inspanning, zodat je met andere, meer ingewikkelde dingen bezig kunt zijn.

Het schijnt goed te zijn om die vaste gewoontes te doorbreken. Voor je hersenen, die dan even wat anders moeten doen en wakker worden geschud. Doorbreek je dagelijkse routine door een lunchwandeling te maken, eens wat anders te eten of een andere weg naar werk of school te nemen. Zulk soort tips las ik althans in wetenschappelijk verantwoorde informatiebronnen als de Viva en het Psychologie Magazine.

Tijdens onze vakantie huurden we op meerdere plekken in en op weg naar Kroatië een huisje of appartement. Niet in een bungalowpark, maar ergens midden in een dorp of stad. We zijn geen kampeerders, ik vind een hotel vaak zo anoniem en ik ben nogal gesteld op mijn privacy. In een huisje heb je lekker alles voor jezelf. Juist daar, op een vreemde plek, merk je die kleine vastgeroeste dingen. Waarom is er geen toiletrolhouder? Waarom zijn er geen haakjes bij de douche om je kleren aan op te hangen? Waarom staat er in het hele huis maar één prullenbak? Waarom hangen er hele lichte gordijnen? Slapen moet in het donker. Wat zit dat lichtknopje op een vreemde plek, ik grijp steeds mis. Ik val 's nachts bijna van de trap en struikel over de drempels die ik niet gewend ben. Bovendien denk ik vanuit mijn ooghoeken in elk opgefrommeld zwart T-shirt onze katten te zien, terwijl we die toch echt thuisgelaten hebben. Er zaten in één huisje overigens wel twee zwarte schorpioenen. Minder aaibaar.

Zouden mijn hersenen hier blij van worden, van zulke doorbrekingen van je dagelijkse routine? Is dit wat de Viva bedoelt? Hoe klinken juichende hersenen eigenlijk?

Martine Eerelman-Hanselman