• Arthur Hanselman-Eerelman

Hallo allemaal!

Je hebt er dagelijks mee te maken: mensen groeten. Ik vind dat soms best ingewikkeld. Wie zeg je gedag, waarom en hoe? Bij bekenden is het duidelijk. Groeten, misschien even een praatje maken. Maar dan hou je nog hele massa's mensen over. Bijvoorbeeld vage bekenden of halve onbekenden. Het hangt ook van de locatie af. Op het schoolplein zie je elke dag dezelfde mensen. Daar loop je niet de hele tijd groetend over het plein en door school; je zou bezig blijven. Maar als je hen in de winkel ziet, doe je dat weer wel. Bij sommigen in elk geval. Bij half-bekenden hangt het dus vooral van de locatie af. Maar wat te doen met onbekenden? Het is beleefd om onbekenden te groeten. Maar ook hier hangt het van de plek en de gelegenheid af. Ik kan me nog een vertwijfelde opmerking herinneren, lang geleden, van een vriendin die uit een klein dorp kwam en op zichzelf ging wonen in een grote stad. Ze groette iedereen in haar straat en wijk, net als ze vroeger gewend was. ,,Waarom kijken die mensen me toch zo raar aan als ik hen gedag zeg?"

Ik vraag me al een tijdje af waarom ik sommige mensen op weg naar mijn trein en op het station wel of niet groet. Pubers zien je niet eens. Als je geen medepuber of een mobiel bent, ben je voor hen onzichtbaar. Ik groet onderweg, vanaf de fiets, wel vaak oudere mensen en hondenuitlaters. Meestal mensen die alleen zijn, geen stellen of groepjes. Die hebben genoeg aan elkaar. Ik groet met een knikje of een snel gemompelde groet. Dat is veilig. Stel dat ze niets terugzeggen en jij bent me daar enthousiast aan het groeten. Want hoe je groet, kan ook nog verschillen. Een knik, hallo, goedendag, hoi of zoals ze op mijn werk in Brabant zeggen: haije of houdoe. Ik heb wel eens gelezen dat aan eenzame mensen wordt geadviseerd om minstens drie keer per dag met willekeurige mensen een praatje te maken. Als ik denk dat iemand misschien eenzaam is (maar ja, hoe zie je dat?) probeer ik in elk geval te groeten. Wie weet telt dat ook een beetje mee.

Op het station zie ik vaak dezelfde forensen. Ook daarvan groet ik er een paar, soms wisselen we even wat zinnen uit. Over het weer, de treinreis, een vakantie. Kleine dagelijkse dingen. Dat vind ik leuk. Je voelt je gezien, hebt even contact, zonder meteen de hele reis aan iemand vast te zitten en dagelijks elkaars zielenroerselen te delen. Maar ook hier geldt dat je niet iedereen groet, ook al zie je ze elke dag. Ik denk dat het aan een bepaalde uitstraling ligt. Wederzijds. Nieuwsgierigheid. Een open blik. Hoewel dat ook verkeerd kan uitpakken. Zo liep ik een tijdje terug 's avonds laat op station Den Bosch. Ik moest wachten op een vertraagde trein naar huis, er was niets meer open. Ik baalde en keek vertwijfeld rond. Toen kwam er een beetje enge man op me af die zei: ,,Ik zag dat je naar me keek, dus ik dacht, ik kom even kennis maken." Dat vond ik wat té open, op een nogal verlaten station. Ik ben maar snel op zoek gegaan naar NS-personeel om te vragen naar die vertraging en heb verder niet meer om me heen gekeken.

[Martine Eerelman-Hanselman