• A. Hanselman

Jong of oud?

Ik ben veertig-plus. Ik vind het een mooie leeftijd. Oud genoeg om zelfbewust te zijn, je niet meer zo snel druk te maken en om al op veel mooie dingen terug te kunnen kijken: verre reizen, een interessante studie, het ontmoeten van leuke mensen, het krijgen van twee prachtige kinderen. En aan de andere kant voel ik me nog jong en vol energie om van alles te willen en te doen. Nog meer reizen, maar dan met de kinderen erbij, een cursus, nieuwe projecten op het werk, vrijwilligersklussen.

Leeftijd is dus heel relatief, maar dat jong voelen ook. Laatst was ik bij een concert met een gemiddelde leeftijd van rond de 20, 25 jaar. Ik voelde me stokoud. Ik had dan ook geen hippe sportschoenen aan, geen shirt met een onbegrijpelijke spreuk of vage band. Van het voorprogramma, een of andere dj die om stilte vroeg omdat hij "panfluit ging spelen op zijn iPad", snapte ik zelfs niets. ,,Moet dit muziek voorstellen?", schoot er door mijn hoofd. Gelukkig zei ik nog net niet: ,,In mijn tijd was dat wel anders."

Op diezelfde dag werd ik met "mevrouw" aangesproken door een student in de trein. Mijn oortjes zaten niet goed in mijn mobiel, zodat de hele coupé kon meegenieten met het geluid van mijn Netflix-serie. Ik voelde me nogal dom, maar vooral oud. Mevrouw is voor mij iemand met een permanentje met blauwe gloed en een kunstheup of rollator. Maar ik snap het wel, wat moet je anders zeggen? Jongedame of meid lijkt me niet meer van toepassing, zo realistisch ben ik dan ook wel. "He jij", "wijffie" of "zeg gast" klinkt ook niet aardig.

Een winkel waar ik vroeger tegenover werkte, had de slogan "mode voor middelbare meisjes". Ben ik dat dan? Voor kinderen ben ik oud, voor bejaarden een snotneus. Ben je echt zo oud als je je voelt? Dat is ook verwarrend! Want dan ga ik de ene keer richting puberleeftijd en voel ik me springerig en onverwoestbaar. De andere keer, als ik 's morgens in de spiegel kijk, na een doorbroken nacht door te veel biertjes of door rondspokende kinderen, voel ik me bejaard.

Er is wel van alles aan het verschuiven in leeftijden. Opa's en oma's waren vroeger in mijn ogen echt oude mensen met een beige pak of een bloemetjesjurk. Nu zijn het vaak drukbezette mensen die gaan overwinteren, eigen hobby's hebben, de trein instappen om daarna in een professionele wandeluitrusting een lange wandeling te gaan maken. Bij mooi weer maken ze op elektrische fietsen de Betuwse dijken onveilig. Ik vind dat leuk.

Ik hoop dat er mede daardoor ook veel veranderingen op komst zijn in de ouderenzorg. Dat je meer je eigen plek kunt kiezen als je niet meer thuis wilt of kunt wonen. Niet met vreemden, maar met mensen om je heen die je graag als gezelschap wilt hebben. Waarmee je dan ook nog Kolonisten van Catan, Triviant of Playstationgames speelt, discussieert en koffie of een biertje drinkt. In een gezellige huiskamer. Eigenlijk net als nu. Maar dan wat grijzer. En met meer vrije tijd. En misschien nog wat eigenwijzer? Ik heb nu al medelijden met de verzorgenden.

Martine Eerelman-Hanselman