• Arthur Hanselman-Eerelman

Kleine wereldverbeteraars

Een van de bijzondere dingen aan het hebben van kinderen is dat je dingen van jezelf herkent én dat ze je regelmatig een confronterende spiegel voorhouden. Mijn oudste, van 8, hielp me laatst heel lief met de boodschappen opruimen. Ze protesteerde toen ze zag dat niet al het vlees scharrelvlees was, of een paar beter-leven-sterren had. "Dat is zielig." Nou is haar lievelingseten friet en frikandel, en knaagt ze graag op spareribs, dus ik denk niet dat we te maken hebben met een potentiële vegetariër. Maar ik snap haar bezwaren wel. Dode dieren zijn zielig, zeker als ze ook nog een rotleven hebben gehad. Dus let ik er bij het boodschappen doen nóg meer op. Ook de uitstervende bijen gaan haar aan het hart. Nou hebben we een behoorlijk wilde tuin. Dat schijnt een goede natuurlijke habitat voor insecten, vlinders en bloemen te zijn. Ik doe soms alsof dat de reden is, maar eigenlijk zijn we gewoon lui. We houden wel van groen, maar niet van tuinieren. Dat levert een mini-jungle op, waarmee we vele inheemse Betuwse soorten in stand houden. Dat is gelukkig een pluspunt op de verbeter-de-wereld-begin-bij-jezelf-lijst. Ook was er laatst op de buitenschoolse opvang een project over zwerfafval. Hartstikke goed! Ik weet nu van allerlei voorwerpen hoe lang het duurt voordat het in de natuur vergaan is. Kauwgom: minstens 20 jaar, een blikje een jaar of 50 en een plastic fles blijft voor altijd rondslingeren. Toen ik laatst op het station bij mijn fietskluis kwam en daar een halfvolle fles frisdrank en een lege bus pringles zag staan, heb ik die opgepakt en in de prullenbak gesmeten. Terwijl mijn eerste gedachte was "Ja daag, ik ga geen rotzooi opruimen van een ander, laat ze het lekker zelf doen." Daarna bedacht ik me hoe lang het er anders nog zou staan, als iedereen hetzelfde zou denken. En dat mijn dochters vast trots op me zouden zijn als ik het weg zou gooien.

Het houdt bij mij eerlijk gezegd wel op bij zulk soort kleine gebaren. Ik vind het heel knap als mensen al hun afval scheiden en de grijze kliko nog maar een keer per jaar aan de weg zetten. Ik verdenk ze er wel van dat ze stiekem een gat in de tuin graven en hun afval daar dumpen. Wat trouwens heel goed is voor archeologen, want uit afval kun je heel veel te weten komen over een beschaving uit het verleden. Maar dit terzijde. Ik zag laatst filmpjes van 'plogging'. Een Zweedse combinatie van jogging en plocka upp; het oppakken van afval. Rondrennen met een afvalzak. Dat ga ik ook al niet doen. Ik jog niet, laat staan dat ik dan ook nog vuilnis meeneem.

Maar ik herken dat jeugdige idealisme wel. Toen ik vroeger op de lagere school had geleerd dat we bomen en planten nodig hadden om zuurstof te maken, sprak ik een paar spelende jongens aan die met takken tegen bomen sloegen. "Die hebben we nodig hoor, anders kunnen we niet ademen." Heerlijk betweterig en betrokken. Bij mij is dat intussen wel wat weggeëbd, maar het komt nu weer terug via de kinderen. Ik ben benieuwd hoe lang zij ermee bezig blijven; die kleine wereldverbeteraars.

Martine Eerelman