• A. Hanselman

Met de trein

Als je goed op de hoogte wilt blijven van alles wat er speelt in het leven, moet je met de trein reizen. Je moet jezelf dan niet afsluiten met je telefoon en oortjes of achter de krant verdwijnen, maar naar buiten staren en stiekem de gesprekken om je heen volgen. Met elkaar of over de telefoon. De doelgroep is afhankelijk van hoe laat je in de trein zit.

Op maandagochtend vindt er door scholieren een uitgebreide nabespreking van het weekend plaats. In grote lijnen komt het hierop neer: de jongens praten over voetbal, stappen en zuipen, de meisjes praten over de jongens. Wie wat met wie heeft gedaan en waarom. Of waarom niet: ,,Kijk, hier op Facebook staat zijn vriendin." ,,Waaaat, is dat zijn vriendin?" ,,Oh, die ken ik wel, dat is het nichtje van de achterbuurvrouw van mijn tante's collega. Best een leuke meid." ,,Nou, ik denk toch dat hij beter bij mij past."

Eén keer maakte ik me zorgen toen drie meiden het weekend bespraken. Het ging eerst over stappen, nieuwe jurken en leuke jongens die in de koffietent langskwamen waar ze werkten. Maar al snel werd het grimmiger en ging het over de ontvoering van een vriendin, dreigementen via de telefoon en zelfs een moord. Net voordat ik de spoorwegpolitie wilde waarschuwen, bleek het een verslag van een Netflix-serie die ze allemaal aan het kijken waren. In één weekend hadden ze er twee seizoenen doorheen gejaagd.

Voor sommige mensen is de trein een verlengstuk van hun werkplek. Ik heb telefonische resultaten van sollicitatiegesprekken gehoord, collega's die beroddeld werden, mails die echt nog om een verdere toelichting vroegen. Soms hoor je eenzijdige werkoverleggen, met cryptische zinnen als: ,,Ik deel niet je angst, maar wel je bezorgdheid om het project, daarom bel ik je ook."

Als bijna dagelijkse forens vind ik de ouderen die maar af en toe met de trein gaan, ook wel vertederend. Vaak zijn dit er meteen een heleboel. Ze reizen kennelijk vaak in kuddes en gaan op weg naar een stad, huishoudbeurs of tentoonstelling. Het idee van de stiltecoupé kennen ze niet. Enigszins paniekerig: ,,Moeten we er hier al uit?" De heren zitten meestal rustig bij elkaar, maar de dames hebben het over kapsels, kleurspoelingen en vooral over het wel en wee van allerlei mensen die ze al dan niet gezamenlijk kennen of ooit hebben gekend.

Ook de liefhebbers van NS-wandelingen zijn goed te herkennen. Praktische kleding aan, vaak afritsbaar, opvouwbaar en met een capuchon, uiteraard de voeten in stevige wandelschoenen (die er kennelijk alleen in bruin, donkerblauw of grijs zijn). Rugzakje op, met water en verantwoorde mueslirepen, voor het geval ze verdwalen en een nacht op de woeste wandelpaden langs de Linge moeten doorbrengen. Meestal praten ze niet veel en kijken ze een beetje boos, is mijn indruk. Of misschien zie ik ze pas na afloop van 40 kilometer lopen en zit je er automatisch zo bij.

Al dit gegluur maakt mij wel nieuwsgierig; hoe zouden ze naar mij kijken? Of ben ik gewoon een onzichtbare forens?

Martine Eerelman-Hanselman