• Martine Eerelman-Hanselman
  • M. Eerelman-Hanselman

Spiegeltje spiegeltje aan de wand

Bij een cursus van mijn werk, in zo'n conferentiecentrum, kreeg ik een tijd geleden een vreemde opmerking. Een collega die tegelijkertijd met mij bij de spiegels in de toiletruimte stond, zei verbaasd: ,,Je lachte naar jezelf in de spiegel toen je wegliep." Ik vind mezelf best lief, maar ik had dat echt niet door. Ik voelde me betrapt.

Toen ik erop ging letten, bleek dat ik dat vaker doe. Kennelijk een onbewuste gewoonte. Sindsdien heb ik het idee dat mensen zo ongeveer op hun kwetsbaarst zijn als ze voor de spiegel staan en iemand ze dan ineens ziet. (Uitgaand van een enigszins normale, semipublieke situatie. Er zijn natuurlijk ergere situaties om 'betrapt' te worden.) Op je werk kan het best gênant zijn als je de toiletten binnenstapt terwijl een collega uitgebreid goedkeurend haar kapsel aan het schikken is, of net met getuite lippen nieuwe lippenstift opdoet. Heel normaal, maar het komt best ijdel over.

Of iemand loopt de deur door precies als jij na de lunch voor de spiegel aan het checken bent of er nog rucola of maanzaad tussen je tanden zit. Laat staan als je een poging doet om in die kleine spiegel te zien of die broek je kont écht niet dikmaakt. Dit zijn handelingen die niemand anders zou moeten zien. Waarschijnlijk is dit typisch een vrouwenprobleem. We hebben op het werk geen gemengde of genderneutrale wc's. Ik weet niet wat mannen voor de spiegel op het toilet doen? Zijn daar wel spiegels?

Een ander vreemd moment, maar kennelijk sociaal geaccepteerd én zeer openbaar, is het trekken van een selfiehoofd. Ik voel me nogal oud nu ik dit schrijf, maar ik ben bang dat dit wel een generatieding is. De enkele keer dat ik een selfie maak, doe ik dat het liefst met zo min mogelijk mensen om me heen. Ik voel me ernstig voor gek staan als ik naar mijn eigen telefoon sta te grijnzen. Maar veel mensen lijken daar totaal geen last van te hebben.

Toen we laatst op vakantie waren, stond er een jonge vrouw in een wachtrij voor ons. Het was in Brugge, een mooie fotogenieke stad. Maar de rij stond op een niet zo bijzondere trap voor de balie van een museum. Geen pittoreske plek. Toch heeft ze tijdens het wachten wel vijf selfies gemaakt met steeds net een andere blik en vanuit een andere hoek. Lippen getuit, breed lachen, glimlach, haren anders en let vooral op je onderkin. Misschien was het een oefening voor als ze wel bij zo'n mooi grachtje en oude pandjes stond. Zij had geen gêne, maar ik had last van plaatsvervangende schaamte. Ook die selfiesticks vind ik er belachelijk uitzien.

Als ik op mooie plekken ben, maak ik juist graag foto's waar géén mensen op staan. Want die staan dan net voor al dat moois. Ik vraag wel af en toe iemand om daar een foto van ons gezin te maken. Maar ik moet toegeven, het levert wel nieuw vermaak op. Ga een tijd op een terras tegenover een foto-hotspot zitten en je kunt een prijs uitreiken voor het meest bijzondere of het meest consequente selfiehoofd. Of scroll regelmatig door je Facebook. Daar kom je ze ook tegen!

Martine Eerelman-Hanselman