• Fluvium

Anita Burlet: 'Ik ben hartstikke trots'

GELDERMALSEN Anita Burlet neemt vandaag, donderdag 11 januari, tijdens een speciale bijeenkomst in Tiel afscheid als bestuursvoorzitter van de Personele Unie van de stichting Fluvium openbaar onderwijs, Onderwijsgroep Spoenk en de Stichting Peuterspeelzalen SPGG. Onder haar leiding werd aangetoond dat ook kleine dorpsscholen vernieuwend onderwijs kunnen bieden.

Sinds 2009 geeft Anita Burlet leiding aan de 15 openbare basisscholen in de gemeenten Geldermalsen en Neerijnen die onder de stichting Fluvium vallen. Later kwam daar de eindverantwoordelijkheid bij voor de zes openbare basisscholen in de gemeente Neder Betuwe en de elf peuterspeelzalen in de gemeenten Geldermalsen en Neerijnen. ,,Ik werd destijds benaderd voor de functie. Na een aantal gesprekken had ik het gevoel dat Fluvium best wel een interessante club was om leiding aan te geven.'' Ze studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit en werkte onder andere als docente PABO, coach, senior trainer/adviseur en leidinggevende bij Interstudie van de Hogeschool Arnhem Nijmegen en de Algemene Vereniging van schoolleiders. Deze veelzijdige achtergrond was destijds de reden dat het bestuur haar graag binnen wilde halen, al was men in eerste instantie wel bang dat ze met al haar capaciteiten voor Fluvium geen 'blijvertje' zou zijn. Tegen die verwachting in bleef ze tot aan haar pensioen.

,,Wat ik schooldirecteuren en bovenschoolse directeuren heb proberen te leren wilde ik nu graag zelf in de praktijk brengen. Vooral schooldirecteuren die altijd vrij zelfstandig waren geweest kun je, net als overal waar hoogopgeleide mensen werken, niet zomaar iets opleggen. Je moet overtuigen en laten zien en ervaren dat veranderen voordelen geeft. Ik heb bewust gestuurd op diversiteit, dat je scholen zelf laat bepalen wat voor school ze willen zijn voor hun wijk of dorp en met welk onderwijsconcept ze dat willen doen. Je ziet het als buitenstaander niet zo snel maar er zijn grote verschillen tussen de dorpen. Deilers zijn geen Spijkers. Die eigenheid toestaan maakt bloei mogelijk. Elke school draagt de kenmerken van het dorp, dat moet je niet willen veranderen. Daar zit juist ook de kracht. Dat inwoners de school belangrijk vinden, dat ouders te mobiliseren zijn. Die wisselwerking tussen dorp en school is het mooie van deze streek.''

Inhoudelijk kregen de scholen van haar verrassend veel ruimte om zo'n bij de school passende ontwikkeling door te maken. ,,Als vanuit een school de vraag kwam om iets te mogen ontwikkelen keek ik samen met onze financiële en huisvestings mensen naar hoe we dat dan zouden kunnen realiseren.'' Tegelijkertijd daagde ze de scholen uit tot meer samenwerking. ,,Dan zie je, door het vertrouwen te geven aan de scholen zelf, dat mensen doorpakken. Dat dit de onderwijskwaliteit ten goede komt en dat ook het traditionele onderwijs veranderen kan. Ik ben behoorlijk trots op waar onze scholen nu staan. We hebben geen zwakke scholen meer, zelfs twee excellente scholen. Er is tweetalig onderwijs. We wonnen de nationale onderwijsprijs. We hebben niet bezuinigd op professionalisering en digitalisering. Juist dat heeft enorm veel geholpen bij het werken met al die combinatieklassen die we kennen op de scholen in de kleinere dorpen.''

Ze reisde met haar opvolger Jeroen Goes langs alle scholen. ,,Wat hem opviel is dat kinderen dan gewoon aan het werk blijven, ze vinden het heel normaal dat er wel eens iemand de klas binnenloopt. Kinderen kunnen tijdens zo'n bezoek, als je er naar vraagt, ook uitleggen wat ze aan het doen zijn. Ze geven niet alleen goed antwoord maar zijn ook op hun gemak, ze vinden het vanzelfsprekend om uitleg te geven. Daar mogen we best wel trots op zijn dat we dat met elkaar voor elkaar gekregen hebben. Door al die schoolbezoeken besefte ik ook van wat ik allemaal kon laten zien. Dat maakt me hartstikke trots op de tent, op de kinderen en vooral ook op de mensen die hier werken. Er staat nu een heel zelfbewuste organisatie die een periode van krimp goed heeft doorstaan. We hebben in best moeilijke tijden groei en ontwikkeling weten te bereiken. We kunnen ook met een gerust hart naar de begroting kijken en straks staat er op de Plantage in Meteren een prachtig nieuw schoolgebouw met een heel eigentijds onderwijsconcept.

Als je onderwijs wilt blijven verzorgen in de kleine dorpen dan moet je wel buiten de gewone kaders durven te denken. Gelukkig komt mijn opvolger niet uit het traditionele onderwijs. Ik denk dat het goed is dat er nu nieuwe inzichten komen, voor mijn functie is vernieuwing af en toe ook nodig. Ik ga vanwege mijn gezondheid vervroegd met pensioen maar toevallig komt dat denk ik ook op een passend moment. Het is aan mijn opvolger om de kwaliteit vast te houden en verder te laten groeien. De uitdaging zal vooral zijn om goede leerkrachten te vinden en vast te houden.''