• A. Hanselman

Comfortzone

Het is goed om eens iets anders te doen. Schijnt het. Iets wat je niet kent, wat je nooit hebt gedaan of waar je niet goed in bent. Verbreding van je horizon. Het zou zo op de bullshit bingokaart uit mijn vorige column kunnen staan: stap uit je comfortzone.

Eerlijk gezegd hou ik daar niet zo van. Nieuwe dingen zien, doen, nieuwe mensen ontmoeten; hartstikke leuk. Maar ik moet het wel zelf in de hand hebben, kunnen controleren. Ik was me daar niet eens erg bewust van. Totdat op een dag de vraag kwam: kom je bij het schooltoneel?

Op de school van onze oudste dochter speelt een aantal ouders en docenten elk jaar een kersttoneelstuk voor de kinderen. Met liedjes. ,,Nou, ik denk het niet. Het kost me veel te veel tijd, ik kan niet toneelspelen en zingen al helemaal niet." Ik kreeg als antwoord: ,,Valt best mee, die tijd. Maar een keer in de week. En je kan altijd nog een boom spelen. Bovendien is het heel gezellig. Echt iets voor jou."

Nou is nee zeggen niet mijn beste eigenschap en toen ik drie keer werd gepolst, ging ik kijken. En bleef hangen. Het stuk en de scènes bedenken was heel leuk. Daarmee zat ik nog veilig in m'n comfortzone. Maar het daadwerkelijke spelen... Wat een ramp. Dat ging er volkomen buiten! Ik vind praten voor publiek niet eng. Maar dit... In de huid van iemand anders kruipen. Vreselijk! Na de eerste keer wat scènes spelen vroeg ik me thuis hardop af of ik er nog vanaf kon. ,,Nee, minstens je seizoen afmaken", zei mijn man streng. ,,Dat gaan we ook tegen de kinderen zeggen over hobby's en sport. Dit is goed voor je. Karaktervorming. Bovendien kun je het best."

Het waren supergezellige avonden, maar als er gespeeld moest worden, zakte de moed me in de schoenen. Ik vond mezelf niet goed genoeg, niet grappig. Ik weet dat het niet kan, maar ik wil meteen alles goed kunnen. Daar staan als een volleerd actrice. Ik wil niet eerst iets moeten leren. Ik wilde terug naar mijn comfortzone, waar het veilig was. Wat wel hielp was dat ik zelf een rol kon bedenken: een cocktailshakende barvrouw op Hawaii. Ja, in een kersttoneelstuk. Dat paste beter bij me dan bijvoorbeeld een kind van 8. Ook bemoedigende of juist nuchtere opmerkingen van medespelers als "je dochter zal zo trots op je zijn" en "doe niet zo moeilijk, het is toneel voor kinderen, geen Shakespeare", hielpen me verder. Uiteindelijk, na tig keer oefenen en goede tips, kwam ik aardig in mijn rol. En nooit gedacht: het werd zelfs leuk. De generale repetitie en de echte voorstelling voor de leerlingen bij het kerstdiner gingen goed. Ik heb zelfs staan zingen op het podium. Dat had ik een jaar geleden nooit gedacht.

Kortom, het was een boeiend uitstapje uit mijn comfortzone. En hoe klef het ook klinkt, de grootste beloning was inderdaad dat mijn dochter trots naar me zat te kijken met beide duimen omhoog.

Martine Eerelman-Hanselman