• Martine Eerelman-Hanselman

    A. Hanselman-Eerelman

Eigenlijk

Bijna iedereen gebruikt stopwoorden of zelfs hele stopzinnen. Ik hoor ze regelmatig langskomen in de trein, thuis, bij vrienden, in de kroeg, op het werk. En vooruit, soms ook in mijn eigen uitspraken. Want wat zo vervelend is aan stopwoorden: als je ze regelmatig hoort, neem je ze over. Terwijl je dat niet wilt. Het is sterker dan jezelf, je wordt ermee besmet. Zo hoorde ik mezelf laatst praten over "een stukje betrokkenheid bij Geldermalsen". Help!

Vaak zijn stopwoorden modegevoelig. Bijna altijd zijn ze hoogst irritant. Zoals: kak, zeg maar, een stukje, aanvliegen (zonder vliegtuig), ja echt hè!

Het valt me de laatste tijd op dat conversaties regelmatig worden afgesloten met een enthousiast uitgesproken stopwoord zoals ,,Top!", ,,Helemaal goed!" of ,,Gaan we doen!". Let er maar eens op bij bestellingen in een café of restaurant of in vergaderingen met van die adviseurstypes. Waarom? Je kunt volgens mij gewoon "bedankt" zeggen bij een bestelling, of in je overleg "door naar het volgende agendapunt". Die blije stopwoorden voegen voor mij weinig toe. Net als het in ons huis veel gehoorde ,,Dus!" waarmee de meiden hun vraag of argument afsluiten. Alsof je ze spontaan hun zin zou geven, dankzij dat ene woord.

De laatste weken viel me ineens een nogal tijdloos stopwoord op, dat ik de hele dag door hoor: eigenlijk. Ik ben er een tijdje goed op gaan letten. De officiële betekenis is: werkelijk, echt, zoals het is, oorspronkelijk. Maar zo wordt het volgens mij nooit gebruikt. Ik zou het eerder definiëren als ,,Het is niet de bedoeling, maar het gaat toch gebeuren." Het steekt vooral de kop op in de buurt van kinderen en vrouwen die een dagje uit zijn. Een paar voorbeelden. Je zegt ,,Eigenlijk mogen jullie niet zo veel tv kijken." Maar je bedoelt: Maar het komt nu wel makkelijk uit, dus blijf nog maar een uur voor de buis hangen. ,,Eigenlijk zou ik geen toetje moeten nemen" kun je interpreteren als: We zijn gezellig uit eten, lijnen doe ik morgen wel weer, dus vraag me alsjeblieft of ik mee doe met dat heerlijke grand dessert. ,,Eigenlijk heb ik helemaal geen nieuwe schoenen/tas/jas nodig." Maar het is uitverkoop en kijk toch eens hoe mooi hij is! Ook thuis op de bank werkt het prima. ,,Eigenlijk moeten we nu naar bed." Maar die nieuwe Netflixserie is wel heel erg spannend, dus we kijken nog een aflevering. Of twee. ,,Eigenlijk moeten we de muren weer eens witten." Ach, ook zonder witsel blijven ze wel staan, we gaan over een paar weken echt een keer aan het klussen.

Kinderen weten het feilloos. Als ze het woord "eigenlijk" horen, hebben ze de buit al binnen. Bij de zin ,,eigenlijk mag je vandaag niet meer snoepen", graaien ze al iets uit de snoeptrommel of de kast. Let er maar eens op. En betrap jezelf erop hoeveel eigenlijks je op een dag gebruikt. Echt hè! Dat is gewoon een mooi stukje bewustwording.

Martine Eerelman - Hanselman