• Walter Post

Mottige paardjes

Je zag het een keer, en je ging eraan voorbij. In de jaren tachtig woonde mijn schoonzus op een etage in Leiden, nieuwbouw, maar wél op de plek waar het geboortehuis van Rembrandt stond. Aan de gevel hangt nog een gedenksteen. De stad gaat zijn naam nu gebruiken om toeristen te trekken. Amsterdam halen ze er nooit mee in, dat weten ze, maar de plek promoten waar de schilder zijn vak leerde, moet ook wat opbrengen.

Het heet citymarketing, en West Betuwe doet daar ook soort-van aan. Sinds het samenvoegen van de drie gemeenten worden digitaal tips, mogelijkheden en nuttige informatiezaken doorgegeven aan de inwoners, de servers in het voormalig waterschapsgebouw  naast het Geldermalsens gemeentehuis moeten roodgloeiend staan.

Dat moet effect hebben op het beeld dat de burger van de nieuwe gemeente heeft. De twijfelaar in me vraagt zich af hoe lang het gemeentebestuur dit zal volhouden, maar voorlopig heb je als inwoner daar niets te klagen. Maar echte citymarketing, met een projectleider en dat soort dingen, daar doet West Betuwe niet aan. Er zijn wel evenementen, maar die zijn afhankelijk van particulier initiatief. Er gaat bij de Bloesemtocht wel wat gemeenschapsgeld om, maar iedereen weet waar West Betuwe ligt inmiddels. Dankzij de vijf rijen brede stroom wandelaars die er jaarlijks langs de Linge hobbelt.

Maar nu zie ik dat er een nieuwe belangenvereniging is opgestaan om het winkelhart van Geldermalsen te promoten. Dus er is nog hoop; maar tegelijkertijd is die nieuwe club wel een veeg teken. Een erg Nederlandse teken, de versnippering van inspanningen en goede ideeën is ons ingebakken. Zie de afscheidingen in kerkgenootschappen en de honderden musea die je kunt bezoeken die zijn gebouwd op de verzameling van één gekkie.

Geldermalsen kende heel vroeger een paardenmarkt, die in de jaren negentig enige tijd herleefde. Achetr 't Veer stond vol met leuke, oude, jonge en mottige pony's en paardjes. Voornamelijk voor de handel en voer voor paardenmeisjes. Maar zoals die initiatieven gaan, ze verwateren en verdwijnen. Nu is er gelukkig wel een en ander voor teruggekomen, neem nu de concerten in de Beurs, of het kunstig festival Ode aan de Linge. Zo zal het altijd gaan. En zo moet het ook. Enkelvoudige initiatieven zijn makkelijk te managen door de enthousiastelingen die dat dragen. Voeg je evenementen bijeen, dan praat je al snel over een organisatie en dus geld, want permanent bezig zijn met leuke dingen voor de mensen en de winkeliers kost tijd en die moet je betalen. Dat kan goed lukken hoor, wanneer je weet wat je doet. Maar ook wanstaltig over de rand gaan, zie de stadspromotie van de zogenaamde fruitstad Tiel. Dat gekoketteer met Flipje: wie kent die jam nog, laat staan de stripboekjes? De gemeente Tiel heeft wel een paar fruittelers, maar is vooral stads. Niet pronken met andermans veren. Die van West Betuwe. Daar trapt niemand in. Campagne overkopen?

Walter Post