• Walter Post

Nooitgenoeg

Ooit was ik in gesprek met de voorzitter van de Kamer van Koophandel Rivierenland. Ik vroeg hem, sceptisch als ik ben over de voortdurende wens tot groeien, meer produceren en het niet te stoppen gedrag van mensen om almaar meer te willen, te doen en te produceren, ik vroeg hem of het nou nooit ophield met die groei van de bedrijvigheid. Immers, de zo aardig ogende Betuwe raakte voller en voller met plaatstalen loodsen. Let wel, dat was in de jaren negentig, niet te vergelijken met de omvang van bedrijvigheid nu.

Zijn antwoord was, eenvoudig en berustend gebracht: nee, het houdt nooit op.

Aan die voorzitter moest ik even denken toe ik alweer las over megaplannen met onze streek. Het Waterschap gaat aan de slag met de dijken, de rioolwaterzuiveringen, de watersystemen in de polders. En dat kost heel veel geld. Wij zullen dat betalen, er is geen subsidie voor. De waterschapslasten stijgen behoorlijk. Dat doen ze al, maar dat wordt nog wel wat meer, let maar op.

Zitten daar dan mensen die niet weten wat ze doen? Die geen idee hebben van de moeite die het kost om alle lokale belastingen op te brengen, de vuilafvoer, de rioolheffing, de ozb? Ja hoor, dat weten ze wel. Maar ze hebben allemaal ambtenarenbloed, en dat kruipt waar het niet gaan kan.

Wie ambtenaar wordt bij het rijk, een gemeente of een oncontroleerbare octopus als het waterschap of de Avri, heeft een soort van gehoorzaamheid aan beleid ingebouwd. En zal dus opdrachten die daaruit voortkomen, geduldig, degelijk maar vooral naar de letter uitvoeren. Dat zie je niet meteen, en wanneer de gemeenteraad van West Betuwe krakeelt over de zogeheten verbonden partijen, contractpartners voor bepaalde werkzaamheden als administratie, bouwvergunningen of personeelswerk, akkert de ambtenaar rustig door. Het zal zijn tijd wel duren, hoogstens is er lichte irritatie wanneer een koerswijziging zijn werk vertraagt omdat er een stukje over moet. Maar het resultaat zie je uiteindelijk toch, ook al had niemand dat meer verwacht.

Voorbeeldje? Meer dan een decennium is er geduwd en getrokken aan de bebouwing van de Plantage, dat stuk grond dat vlak voor de crisis van 2008 zo zwierig is aangeschaft door de toenmalige bestuurders. Ze waren trots op het behaalde resultaat in Kalenberg en wilden dat kunstje nog een keer uithalen. Dat viel tegen, jarenlang moesten er miljoenen bij. De zwarte piet werd uitgedeeld, maar niemand raakte er echt door beschadigd. Eén klein aspect bleef lang onder de radar, maar dook onlangs pas weer op. Niemand die het nog wist, maar oorspronkelijk was het de bedoeling om de uitdijende bevolking ook huurwoningen op die plek te bieden.

Dat kon natuurlijk niet gegeven de economische situatie (lees: daar konden de woningcorporatie noch de ontwikkelaars wat aan verdienen) en nu komen ze er tóch. Hoe? Dankzij ambtenaren, die niet loslaten, net als rupsje Nooigenoeg weten ze van geen ophouden.

Walter Post