• A. Hanselman

Spullen

Ons huis is te klein. Of we hebben te veel spullen. Het is maar net hoe je het bekijkt. Overal waar je onvoorzichtig een kastje opentrekt, komt wel wat uitvallen. Keukenspullen, tandpasta, tijdschriften. En in deze periode, rond Sinterklaas en kerst, komen er nog meer dingen bij.

Hoeveel spullen heb je eigenlijk nodig? Die kleding in allerlei maten, die je vast wel weer een keer gaat passen, als je eindelijk gaat sporten of diëten, moet dat echt allemaal achterin de kast blijven liggen (dames, herkent u dat?). Of die twee laptops, die maar een beetje kapot zijn. Misschien kunnen die ooit nog eens opgeknapt worden, of kun je van twee stuks één nieuwe maken (wellicht is dat eerder iets voor de heren?). Waarom hebben die kinderen zo ontzettend veel speelgoed? Dozen en kasten vol. Ligt dat aan hen, of aan ons, als ouders? Waarom wil je meteen de nieuwste versie, van bijvoorbeeld een telefoon of tablet? Kun je niet met de oude doen totdat deze kapot is?

Ik geef niet veel om spullen, zeg ik regelmatig. Ik ga liever leuke dingen doen. Dagjes weg, naar concerten, door een stad slenteren, musea bezoeken. Of met het gezin op reis. Dat vind ik waardevoller dan bijvoorbeeld een nieuwe keuken of een mooie badkamer. Als je maar lang genoeg wacht, raken onze prehistorische mintgroene tegels vast wel weer in de mode. Dan wordt het 'vintage'. Ik vind nieuwe apparatuur ook niet interessant. Maar ondanks de keuze om daar niet mijn geld aan uit te geven, is mijn huis toch vol. Dus hoezo geef ik niet om bezit?

Een recente trend zijn de 'tiny houses'; kleine huizen. Dit idee komt uit Amerika. Mensen gaan kleiner wonen, vaak op een milieubewuste manier, met een oppervlak van maximaal 50 m2. Het gaat vooral om het idee erachter. Genoegen nemen met wat je hebt. Je afvragen hoeveel ruimte je nodig hebt om prettig te kunnen leven, zonder overtollige ballast. Ontspullen. Zoals met de meeste dingen, zie je vooral de extreme of opvallende voorbeelden in de media. Mooie kleine huisjes in 'the middle of nowhere', tussen het riet, drijvend op het water, zonder wifi en geheel zelfvoorzienend. Dat zie ik niet zitten. Maar eens bewust in je huis rondkijken naar wat je eigenlijk nodig hebt, vind ik wél een goed plan. En shoppen bij kringloopwinkels ook. Ik vind het een leuk idee dat bijvoorbeeld onze eetkamerstoelen een eerder leven hebben gehad. Ik ben benieuwd waar ze hebben gestaan, wie erop zaten, wat ze aten, waar ze over praatten. Maar sommige dingen koop ik liever nieuw, zoals een matras of bank. Ik hoef niet alles te weten over de vorige eigenaars.

En als je nou eens rondkijkt in je huis, en je bedenkt ,,daar kan ik best wel zonder". Denk dan ook eens aan clubs als Praktische Hulp voor vluchtelingen of de kringloop. Zo heeft iemand anders nog iets aan jouw oude spullen.

Martine Eerelman