• Ronald Verwijs

Behoefte aan zonneparken in West Betuwe

GELDERMALSEN Tot 2030 is er behoefte aan 660 hectare zonneparken in West Betuwe. Daarom gaat de gemeente beleid opstellen waar ze kunnen worden aangelegd. Tevens wordt bekeken hoe inwoners mede eigenaar kunnen worden. Opbrengsten moeten zoveel mogelijk in de omgeving terecht komen.

door Wim Timmermans

West Betuwe wil in 2030 energieneutraal zijn. Dat betekent dat er evenveel energie wordt opgewekt als gebruikt. Daarom is energiebesparing nodig. Ook is er dan behoefte aan zonneparken en aan andere manieren om duurzaam energie op te wekken. Recent is er „door inwoners en bedrijven fors aantal verzoeken ingediend voor zonneparken."

De initiatieven liggen her en der verspreid in de gemeente. Er is geen samenhang. Daarom zijn ze, op een na, aangehouden. Dat valt te lezen in de Startnotitie voor het opstellen van een beleidskader voor grootschalige zonneparken.

Er is berekend dat er voor 2030 zo'n 660 hectare aan zonneparken nodig zijn, 1300 voetbalvelden. Dat is nodig naast aanleg van zonnepanelen op beschikbare daken, windenergie en 30 procent energiebesparing.

Tussen 2000 en 2018 verdween overigens bijna 1500 hectare aan bouwland in de gemeente. Het werd omgezet in onder andere nieuwe woningen, bedrijven, infrastructuur en watercompensatie.

Tot 2023 is 120 hectare nodig, bijna 1 procent van de landbouwgrond. Dat is een fors oppervlak en het ziet er monotoon uit. Daarom moet het goed ingepast worden. Het kan eigenlijk alleen maar wanneer inwoners intensief betrokken worden. De streek moet „mede-eigenaar" worden. Opbrengsten van projecten moeten ook aan de omgeving ten goede komen, niet alleen aan investeerders van buiten.

De gemeente gaat met betrokken inwoners en organisaties nadenken over geschikte locaties. Het gaat dan bijvoorbeeld om landbouw-, natuur- en dorpsorganisaties, initiatiefnemers, het waterschap, het bedrijfsleven en coöperaties, zoals 11Duurzaam.

De resultaten worden gepresenteerd op inloopavonden.

Het beleidskader is na de zomer gereed en wordt dan in de raad besproken. Daarna kan er met initiatieven worden gestart.