• Graven crew op begraafplaats

    R. van de Velde
  • Monument in park opijnen

    R. van de Velde
  • taakverdeling bij B-17 crew Opijnen

    uswarmemorials
  • Hans van Arkel bij crashplek aan de Esterseweg

    R. van de Velde
  • Robert Duggan

    uswarmemorials
  • Drieluik in kerstsfeer in nh-kerk in Opijnen

    R. van de Velde
  • Bemanning Man o War: Herman Polling, Harold Sparks, George Kruger, John Bruce, Keen McCammon, Daniel Ohman, Mike Perotta, Douglas Blackwood, Americo Cianfichi

    uswarmemorials
  • H. van Arkel met boordmitrailleur

    H. van Arkel

Laatste getuige crash 'Vliegend Fort' in Opijnen

"Het was net na elven toen we in ons dorp Opijnen door een vreselijk geluid werden gealarmeerd. Een paar minuten later hoorden we een vreselijke klap. Ik was in het stadhuis en rende naar buiten en zag aan de rechterzijde een grote zwarte rookkolom. Ik pakte direct mijn fiets en reed richting Esterweg. Ik zag stukken van een brandend vliegtuig liggen, waarvan de boordkanonnen nog steeds vuurden." Burgemeester Bart Formijne (1897-1979) van Est en Opijnen was op die hete zomermorgen in juli 1943 getuige van de crash van een Amerikaans 'Vliegend fort'.

door Richard van de Velde

Op 30 juli 1943 nam piloot Keene McCammon met zijn B17 van het 323 Squadron of the 91st Bomb Group H (= heavy) deel aan de "Maximum Effort"-missie naar Kassel, in Midden-Duitsland. In totaal 186 bommenwerpers moesten nabij die stad de Messerschmidt-vliegtuigfabrieken bombarderen. Het was de eerste missie van de 10-koppige bemanning. De heenweg bleef zonder hindernissen, want de formatie ontmoette geen Luftwaffe. Ook het weer was uitstekend en het doelwit werd zonder moeite gevonden en naar tevredenheid gebombardeerd. Op de terugweg naar hun thuisbasis Bassingbourn bij Cambridge, keerde het geluk zich tegen deze bommenwerper: in de grensstreek werd het vliegtuig al geraakt, maar bleef in de formatie. Rond elf uur 's morgens vloog de B-17 Flying Fortress van de Amerikaanse 8th Air Force met als bijnaam 'Man-O-War', boven Waardenburg. De toen 7-jarige Hans Blom liet op dat moment net buiten het dorp zijn paard uit: ,,Ik was vlakbij het plaatselijk afweergeschut (FLAK, RvdV) en zag en hoorde dat het één van die vliegtuigen raakte. Ik keek het brandende vliegtuig zo lang mogelijk na en kort daarop hoorde ik een grote knal en zag even later zwarte rookwolken opstijgen. Dat gebeurde ver buiten ons dorp. Later hoorde ik dat het in Opijnen was neergestort."

Drie parachutes

Verscheidene getuigen signaleerden in de buurt van het aangeschoten 'Fort' ook twee Luftwaffe-jachtvliegtuigen. Deze Focke Wulf 190-jagers dwongen de 'MAN-O-WAR' de bommenwerperformatie te verlaten. Er volgde een hevig gevecht. Ondanks de moed van de bemanning en de acht machinegeweren, die strategisch van neus naar staart waren geplaatst, maakte deze aangeslagen logge reus geen schijn van kans tegen deze snellere en beter manoeuvreerbare jagers. De 'Man-O-WAR' verliet de formatie in duikvlucht, brandend onder de vleugels en met twee uitgevallen binnenboordmotoren.

De piloten Keene McCammon en John Bruce en bommenrichter Daniel Ohman konden, slechts enkele seconden voordat het vliegtuig in de lucht explodeerde, naar buiten springen.

Rieten dak

Burgemeester Formijne vervolgt: ,,In de lucht zag ik twee kleine witte dingen, die langzaam naar beneden kwamen. Het bleken parachutes te zijn. Tegelijkertijd zag ik twee Duitse jagers cirkelen boven het brandende vliegtuig. Gedurende de tijd dat het vliegtuig brandde en vuurde, kon ik niet dichtbij genoeg komen om precies te zien wat er was gebeurd. Ik keek rond en zag een groot gat in het rieten dak van het boerderijtje van familie Van de Salm, dat ongeveer 50 meter verderop stond. Ik ging er zo snel mogelijk heen, klom naar boven en tussen het hooi vond ik een Amerikaanse piloot. Hij kon niet praten en kreunde nog steeds. Ik heb hem nog wat water gegeven. Ondertussen was ook dokter Weijsters uit Ophemert gearriveerd, maar die kon ook niets meer voor hem doen en korte tijd later stierf hij aan zijn verwondingen. Waarschijnlijk was zijn parachute beschadigd door rondvliegend schroot van het vliegtuig en/of kogels uit de Duitse vliegtuigen en had hij daardoor een te zware val gemaakt."

Boordmitrailleur

De crash vond plaats in de akkers achter de boerderij van de inmiddels 86-jarige en enige nog levende getuige, Hans van Arkel: ,,Ik was buiten en zag het vliegtuig naar beneden storten. Een grote opgeblazen rubberboot stuiterde door de boomgaard. Toen ik bij de crashplaats kwam, lagen de motoren en romp op de grond te branden en zag ik de cockpit naast onze schuur liggen. Mijn oog viel direct op een enorme boordmitrailleur en ik sleepte die buit vast tussen het koren."
Toen het branden minder was geworden, ging de burgemeester weer terug naar de plaats van het brandende toestel en zag dat daaronder twee lijken van de Amerikaanse bemanning liggen. In een akker in de buurt vond hij tussen aardappelen en rode bieten nog vijf andere lijken. Diep onder de indruk van dit alles ging hij naar huis om hulp te halen om de acht stoffelijke overschotten naar het plaatselijke mortuarium over te brengen.
Kort daarna kwamen twee inwoners uit zijn gemeente met een piloot in hun midden, levend en wel. Zij vertelden hem dat deze man met zijn parachute bij Varik in de rivier de Waal was gevallen, maar desondanks de oever had weten te bereiken. De Engelsprekende Formijne ging in gesprek met hem en hij vertelde dat hij uit het Amerikaanse St. Paul, Minnesota kwam, dat hij luitenant McCammon heette en had gediend bij de plaatselijke politie. Daarna ontfermden de Duitsers zich over hem.
Even later
bleek dat bij Varik ook co-piloot John P. Bruce zijn sprong uit het vliegtuig had overleefd. Hij had alleen maar een knieblessure. Ook hij werd gevangengenomen en vervolgens naar het ziekenhuis in Tiel gebracht.

Ondertussen had Hans zijn gevonden boordmitrailleur met kogels door een droge sloot naar hun erf gesleept. Zijn vader heeft het enorme gevaarte zonder zijn medeweten daar 's nachts begraven. De 'buit' kwam in 1980 bij een verbouwing weer tevoorschijn en tegenwoordig is het te bewonderen in het museum in Fort Vuren.

Bloemenzee

Nadat burgemeester Formijne toestemming vanuit Berlijn had gekregen, vond op 1 augustus 1943 om 09.00 uur de begrafenis plaats. Op last van de Duitsers mocht op dat vroege tijdstip alleen de burgemeester daarbij aanwezig zijn. Desondanks kwam de hele dorpsbevolking opdraven bij de begraafplaats van de NH-kerk om naar zijn speech te luisteren. Na afloop opende de burgemeester het toegangshek en verdrong de bevolking zich bij de acht graven, die in een mum van tijd één grote bloemenzee werden.

Triptiek

Burgemeester Formijne heeft zich enorm ingezet voor de omgekomen Amerikaanse bemanningsleden van de B-17. Hij was de Engelse taal in woord en geschrift machtig en stuurde een indrukwekkende brief naar zijn ambtgenoot van de woonplaats van piloot McCannon. Een afschrift van die brief kwam bij alle nabestaanden van de acht bemanningsleden terecht. Korte tijd later ontving hij van hen bericht, waarin zij aangaven dat hun kinderen in Opijnen zouden blijven rusten.

In een bijzondere kerkdienst op 7 januari 1947 vond namens de ouders van de omgekomen Douglas Blackwood de overdracht plaats van een triptiek (drieluik) aan de kerkvoogdij van Opijnen. Dit uit dankbaarheid voor de door de Opijnse bevolking betoonde eer aan de omgekomen Amerikaanse vliegers. Het is nog steeds te bewonderen in de gemeenschapsruimte van de NH-kerk.

Ter herinnering

Vanwege het speciale verzoek van de nabestaanden van deze slachtoffers en de bevolking van Opijnen liggen de acht Amerikaanse bemanningsleden nog immer begraven op het NH-kerkhof van Opijnen. Dat is zeer opmerkelijk, omdat bijna alle andere in Nederland omgekomen Amerikaanse militairen werden herbegraven op Amerikaanse oorlogsbegraafplaatsen of werden gerepatrieerd naar de VS.

In het midden van een park in een nieuwbouwwijk van Opijnen staat aan het McCammonplein als een eerbetoon aan de acht omgekomen bemanningsleden van de B-17 "MAN-O-War" een met baksteen gelegde patio in de vorm van een vliegtuig, met een uitstekende verticale stabilisator voorzien van een plaquette met de namen van de slachtoffers. Het monument werd geschonken door de overlevende bemanningsleden McCammon en Bruce, de American Women's Club of Amsterdam, de gemeente Neerijnen en Lithos bouw & ontwikkeling. De straten en voetpaden rond het monument zijn vernoemd naar de bemanningsleden.

Wie nog over aanvullende informatie of foto's beschikt, kan contact opnemen met Richard van de Velde, telnr. 0345-502583 of via zijn website www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl